We starten in de hoofdstad Kinshasa. Daar logeren we op de Procure St. Anne van de Witte Paters. Een procure is dat deel van het klooster waar de wereldlijke zaken worden geregeld. De gebruiken laten sterk denken aan het leven in een klooster. In de refter wordt samen gegeten door de paters, broeders en reizigers. Je kunt er overigens heerlijk eten en vooral het fruit uit eigen kloostertuin, is voortreffelijk. Zeker op de terugreis. Ook in Kisangani in het noordoosten, logeren we op een procure. Vanuit die procure wordt de radioverbinding met de posten in het binnenland verzorgd. Er is ook een apotheek, een drukkerij en een enorme kluis. Wanneer je 50 USdollars wisselt in Congolese Francs krijg je zo veel biljetten dat je het in plastic zakken moet meesjouwen...
We overnachten in het dorp of het kamp en soms blijven we een paar dagen op één plek. In elk dorp of kamp is er wel een gezin dat (een deel van) z'n hut vrij maakt. Het laat me denken aan de 'zomergasten' waar ik thuis mee ben opgegroeid. Ook wij verhuisden naar een andere kamer wanneer we 'gasten' hadden.
De hut is van leem en bestaat uit een of meerdere ruimtes, afgescheiden door doeken of deuren. Het dak is van riet met bladeren. Het is er vaak donker. De openingen zijn klein en worden afgesloten met hout of ander materiaal. De gezinnen slapen niet op de grond (i.v.m. slangen e.d.) maar op een bed van hout/bamboe, met daarop een rieten matje. Alles wordt zo veel mogelijk van de grond bewaard, soms in hangende kastjes van bamboe en riet. Meestal is er geen muskietennet, dat hebben wij wel bij ons.
Het 'toilet' en de 'douche' zijn vaak achter de hut te vinden, afgeschermd met grote bladeren. Het toilet is een gat in de grond dat met een blad of plank wordt afgedekt. Dat afdekken is uitermate belangrijk, omdat ziektes zich anders snel verspreiden. In het gat kijken is af te raden... Grote en bijzondere insecten zijn heel actief rond het gat in de grond. Er is geen wc papier.
De douche is een emmer koud water uit de rivier of uit de bron van het dorp of het kamp. Die emmer water is met veel kunst en vliegwerk, soms van kilometers ver, naar je toe gebracht. Daar gaan we dus zuinig mee om. Dat geldt ook voor het drinkwater. We hebben gefilterd drinkwater bij ons, maar wanneer de reis te lang duurt, vertrouwen we voor schoon drinkwater op de kennis van de pygmeeën, die weten
exact welke bronnen ons niet ziek maken. Voor het geval we toch twijfelen, kunnen we met een paar druppels Hadex, de laatste ziektekiemen verwijderen.
Koken gebeurt buiten de hut en vaak is er een gezamenlijke kookplaats van meerdere families. Het vuur brandt de hele dag. Het is een uitdaging om een maaltijd klaar te maken. Op een houtvuur gaat het langzaam en het eten moet lang koken, ook omdat we risico's willen vermijden. Voordat het dier de pan in kan, moet het ook nog worden geslacht. We eten wat er is en vaak vis en kip. 
