woensdag 24 december 2014

Ebola in Congo

Ebola teistert West-Afrika. Eindelijk lijkt de westerse wereld in actie te komen, want de gezondheid en veiligheid van de bevolking in Europa is in het geding... Stel je voor dat al die zieken een vliegtuig nemen? De huidige Ebola-epidemie is echter al de zevende in Congo, sinds de ziekte zich voor het eerste openbaarde in 1976 (in de buurt van de Ebola-rivier in Congo).

De ziekte wordt veroorzaakt door een virus (filovirus). Vleermuizen zijn de meest waarschijnlijke bron voor filovirussen. De virussen zijn aangetroffen in verschillende vleermuissoorten die in Afrika leven. Zij verspreiden het virus onder meer via hun ontlasting. Verschillende dieren in het Afrikaanse tropische regenwoud kunnen met het virus worden besmet, zoals chimpansees, gorilla’s en antilopen. Als mensen deze dieren slachten en eten, kunnen zij het virus ook krijgen.


Tijdens de reizen die ik naar Congo heb gemaakt is me door oerwoudbewoners regelmatig gerookt apenvlees of ander zogenaamd ‘bushmeat’ aanboden, ook vleermuizen. Ik wist dat het eten van dergelijk voedsel de kans op Ebola kon vergroten en dat was een belangrijke reden om het niet te doen.

De WHO meldt op 21 november 2014 dat Congo officieel Ebola-vrij is. De ziekte dook op 11 augustus 2014 op in de streek van Boende, een stad in de Evenaarsprovincie, 800 kilometer ten noordoosten van Kinshasa. De epidemie zou los staan van de epidemie in Guinee, Sierra-Leone en Liberia. Officieel zijn in Congo 40 slachtoffers gevallen. Over het exacte aantal zal nooit duidelijkheid komen. In het oerwoud sterven mensen zonder dat een arts in de buurt is.


Ik probeer me voor te stellen hoe de angst voor deze ongrijpbare ziekte het dagelijks leven moet beheersen. Van André begrijp ik dat de kinderen uit angst voor Ebola niet naar school gaan. Daar waar de ziekte zich manifesteert mogen mannen en vrouwen elkaar niet aanraken; kinderen mogen niet worden getroost etc. Al maanden lang. Het moet verschrikkelijk zijn.

Ik wilde eind dit jaar heel graag naar Congo reizen en had dat ook gedaan, ondanks Ebola. Ik vond dat ik het verantwoord kon doen, wetende dat ik ook op andere reizen Ebola had kunnen krijgen. Wellicht naïef. Wat me tegenhield was de volgende opmerking: 'Ik heb er vertrouwen in dat jij geen Ebola krijgt, maar wat wanneer je terug komt, durf ik je dan nog wel een hand te geven?'

Stel je voor! Ja, probeer je voor te stellen wat dat in West-Afrika betekent!



woensdag 2 januari 2013

Doodvonnis: mazelen

Op 1 januari kreeg ik een e-mail van André. Hij schreef dat hij een trieste mededeling had gekregen: 300 kinderen in het gebied waar  Bondeko een kleuterschool aan het bouwen is (Mombongo), zijn gestorven aan mazelen. Een kinderziekte waar in Nederland alle kinderen tegen gevaccineerd worden, de zogenaamde BMR prik. 6 van de 300 kinderen zaten op 'onze'  kleuterschool, net 3 jaar oud.
De sterfte door mazelen daalt met 50% wanneer deze zieke kinderen extra vitamine A krijgen toegediend.Hoe simpel, maar ook hoe moeilijk te realiseren kan het zijn, in dit land zonder infrastructuur en met geweld dat voortdurend op de loer ligt...

maandag 31 december 2012

Hoop


De regering van Congo (DRC) is sinds 9 december in bespreking met de M23 rebellen die bestaan uit honderden gedeserteerde soldaten uit het Congolese leger. M23 was van 20 november tot 1 december heer en meester in Goma (Oost-Congo), op ruim 800 km van Kisangani. De beelden van de lijken in de straten van Goma met daar langs rijdende blauwhelmen gingen toen even de hele wereld over. Het geweld, de onveiligheid en de onrust die ook nu nog voortduren hebben een grote vluchtelingenstroom op gang gebracht. Voor 90.000 mensen is op dit moment noodhulp (voedsel, medicijnen, tenten) nodig.
Sinds 26 november jl. heb ik geen contact meer gehad met André Babusia. Hij was voor een vergadering in Nairobi en zou op 6 december weer naar Kisangani in Noordoost Congo reizen. In zijn laatste e-mail schrijft hij: “I'm afraid we are entering in a period of troubles”. Begin november had hij in een e-mail ook al aangegeven dat de situatie in Kisangani gevaarlijk werd: “There are many infiltrations of rebels even in Kisangani. For example, last week, they found near our congregation land, a dead man. Killed somewhere else and they brought his body there. There are many cases of kidnapping people, even priests who are speaking loudly. By chance I am not a parish priest; with my tongue, I could not escape kidnapping. Really, the insecurity is in the air”. Ik weet niet waarom André niet reageert op mijn pogingen hem te bereiken (e-mail, sms). Wellicht is er weer geen elektriciteit in Kisangani en heeft hij geen geld om zijn telefoon op te laden? Of?
In mijn angstigste dromen denk ik terug aan de tijd die de Grote Afrikaanse Wereldoorlog wordt genoemd. De oorlog begon in augustus 1998. In 1999 was ik in noordoost Congo. Ik mocht Jan Bos vergezellen op zijn afscheidsreis naar Lokutu en we hadden zo’n vier weken doorgebracht in oorlogsgebied. Het heeft  een diepe indruk gemaakt: kindsoldaten met geweren die ze bijna niet konden tillen met zakjes water aan hun mond en een holle gedrogeerde blik. Hongerige kinderen bedelend om wat te eten, armoede die je kan ruiken  en overal soldaten en roadblocks. Op deze reis ontmoette ik André voor het eerst. Een week voor de inname van Kisangani sliepen we nog in de procure in Kisangani en werd ik uit mijn slaap gehouden door geweervuur. In 2003 was ik in de hoofdstad Kinshasa op het moment dat het eerste nieuwe parlement werd beëdigd. Het ‘officiële einde’ van de oorlog, die echter nooit ophield in het oosten. Er bleven allerlei groepen rebellen actief en over de rol van de buurlanden werd veel gezegd en geschreven. Het geweld en de verkrachtingen gingen door. De ontwikkelingen in Congo halen meestal niet meer de voorpagina’s in Nederland. Het lijkt geen nieuws meer en we lijken afgestompt en lamgeslagen. De aaneenschakeling van ellende in dit land lijkt niet op te kunnen houden, omdat de belangen te groot zijn. Wie springt er over zijn eigen schaduw?
Ik denk ook aan de momenten dat groepjes mensen (Bantoes en pygmeeën) in het werkgebied van Bondeko me vertelden dat ze samen wilden bouwen aan een toekomst voor hun kinderen. Zij stapten over hun eigen belangen ten faveure van het collectief: het dorp, het kamp. Het begon met wilskracht en overtuiging van een enkeling. Het werden daden van velen: stenen maken, zand verzamelen en samen bouwen, leren lezen en schrijven en als vrouw je zelf genaaide kleren verkopen. Je rechten kennen en je niet zo maar aan de kant laten zetten als pygmee. Het zijn kleine stappen maar ze hebben een grote impact. Het gaat verder, dieper dan materiële vooruitgang. Deze mensen zullen zich deze zelf ontwikkelde eigenwaarde, het gevoel van ‘kunnen ontstijgen aan’, ondanks geweld en onveiligheid, niet laten afnemen. Er is hoop!

zaterdag 31 december 2011

Oudejaarsdag 2010


Vandaag precies een jaar geleden, 31 december 2010, reisden we vanuit het pygmeeënkamp Melanga naar Yamondombe. Te voet door het oerwoud, samen met een aantal dragers voor onze bagage. Daarna kon ik met een deel van de bagage bij A. achter op de motor. Het gebrek aan begaanbare paden (om over wegen maar helemaal te zwijgen) en vervoermiddelen maken een simpele verplaatsing een waar avontuur. Het hoort bij het dagelijks leven en er worden door mannen, vrouwen en kinderen te voet enorme afstanden overbrugd in Congo, schijnbaar zonder enige moeite… 

De veiligheidsdienst liet ons geen seconde uit het oog bij de pygmeeën in Melanga. Ze wilden dat we nog verder zouden reizen naar een ander kamp. Toen wij besloten dat we die tocht niet zouden maken en wilden terug reizen, staken ze daar een stokje voor. De dag ervoor waren we ‘s middags extra vroeg begonnen met het slachten van de kip voor ons avondmaal. Het bereiden van kip op het houtvuurtje kost minimaal 3 uur en A. had tijd nodig voor een urenlang gesprek met de veiligheidsdienst over dragers en … geld, uiteindelijk is dat waar het om gaat. Het gesprek had de padstelling  echter niet opgelost. A. was niet te vermurwen: we betalen niet zomaar, alleen wanneer er iets voor gedaan wordt.  Ik ben het hiermee eens, maar denk dat ik me zonder A. (menig keer) hier niet aan gehouden zou hebben. Ik probeerde het gedrag van de veiligheidsdienst en de pygmeeën “te lezen”, maar kon er geen chocolade van bakken.  Ik vroeg aan A. hoe hij het zag: “They are planning something…”. Okke merkte op dat hij zich zorgen maakte over hoe de groep zou reageren wanneer ze zouden weten dat we niet naar het andere kamp zouden reizen. Al met al geen geruststellende gedachtes... 

Okke heeft samen met François nog zo’n 9 km extra gelopen en het was bijna donker toen hij in Yamondombe arriveerde. Ze hadden speciaal voor ons een “badkamer” gebouwd. Jammer genoeg hadden de muggen ook vrij spel toen we er samen gebruik van maakten. Om 22.00 uur hoorden we de tamtam, die aan iedereen die het kon horen bekend maakte dat we waren aangekomen. Een warm welkom! In het gebied Mombesa is dit dorp de enige plek waar de tamtam nog wordt gebruikt. Het is een taak van één familie en de rol wordt overgedragen van vader op zoon. Om 00.00 uur was er geen vuurwerk, geen oliebollen en champagne. We stonden op de evenaar onder een heldere sterrenhemel, met op de achtergrond gesjirp uit het oerwoud, rust en warmte. We luidden 2011 in met een liefdevol gesprek aan de tafel in de hut.